Killswitch Engage – The End of Heartache

Bron: frozenthronedownload.blogspot.com

Metalcore, screamo, mathcore en misschien vergeet ik nog een paar hokjes. Killswitch Engage zal er ergens wel tussen passen. Volgens wikipedia is de band één van de pioniers op het gebied van metalcore. Dat zegt mij allemaal vrij weinig. Wat ik wel weet, is dat KsE (zo worden de heren ook genoemd) melodie combineert met (zuivere) zang. Het hardere werk (zowel zang als gitaar) gaan ze ook niet uit de weg. Het album The End of Heartache is nog met zanger Howard Jones. Op dit moment (2012) is Jones gestopt en vervangen met Jesse Leach. Hij is de originele vocalist van de groep en keerde begin dit jaar weer terug.

Het eerste punt wat meteen opvalt bij een band als Killswitch Engage is dat de band harde doch zeer melodieuze muziek maakt. Zanger Howard Jones wisselt grunts af met stukken cleane zang. Een goed voorbeeld is de single Rose of Sharyn. Dat is tevens ook het meest toegankelijke nummer van het album. Dat geldt ook voor titelsong The End of Heartache. Bij een nummer zoals When Darkness Falss zien we de hardere kant van de band, maar toch wordt dit steeds afgewisseld met  heldere zang.

Dit is voor het eerst op dit blog dat er wat gekeken wordt naar de hardere zijde van het muziekspectrum. Killswitch Engage is best een toegankelijke band voor beginners in ‘metal’. Het is af en toe vrij rauw qua geluid, maar de nummers van KsE zitten best goed in elkaar. Het enige puntje van kritiek is wellicht dat hetzelfde ‘trucje’ op elk nummer van toepassing is. Eerst wordt er stevig afgetrapt met stevige gitaren om naar een rustiger middel/hoogtepunt van zang toe te werken. Wat mij betreft is een aantal nummers van deze band meer dan genoeg om even te ‘knallen’. Na een tijdje slaat bij mij echter de verveling toe. Leuk voor de afwisseling, maar niet een artiest waarvan ik het gehele repertoire van in mijn bezit wil hebben.

Editors – The Back Room

Bron: albumoftheyear.org

Soms hoor je meteen aan een band of ze wel of niet ‘het’ hebben. ‘Het’ is de X-Factor, moeilijk om te definiëren en voor iedereen verschillend. Mijn eerste kennismaking met Editors was tijdens Rock Werchter ’06. Wellicht had ik ooit wel van Munich gehoord. Tom Smith, Russell Leech, Ed Lay en Chris Urbanowicz maakten op dat moment vreselijk veel indruk op mij.  Het debuutalbum The Back Room viel veel muziekpers- en liefhebbers in 2006 op. De band werd vooral vergeleken met Joy Division en Echo and the Bunnyman.  De drang om (alles en iedereen) te vergelijken blijft eigenlijk altijd hangen. Aard van het beestje zeker?

Bij de start van het nummer Lights valt meteen de gitaartoon op. Zeer helder en prominent aanwezig in de track. Als opener valt Lights in de categorie kort maar krachtig. De boodschap dat Editors hier zijn en nog lang niet van plan zijn om het podium te verlaten is duidelijk. Na de opener volgt één van de meest bekende singles van de band. Munich. In de indie scene van 2006 was het dé grote hit, zonder compleet grijsgedraaid te worden á la Arctic Monkeys. Met het rustigere Distance wordt een langzamer tempo ingezet door de band uit Stafford. Dat doen ze ook met Open Your Arms en Camera. Tijdens concerten is Fingers in the Factories één van de nummers die tijdens de toegift gespeeld worden. Terecht ook, want het heeft een hele sprekende zin; ‘Come on out tonight, come and see the sight
Of the ones you love and the ones you love’.  
De track barst van de energie en is daarom een ideale afsluiter.

Als The Back Room vlug wordt beluisterd, valt er wel één ding bijzonder op. Het kenmerkende gitaargeluid lijkt wel erg op elkaar. Waar Editors in de pers nogal werden vergeleken met de collega’s van Joy Division. De muziek van de band ligt wat zwaar op de maag, maar zo donker als wijlen Ian Curtis en zijn kameraden zijn Editors nog lang niet. Voor een debuut is The Back Room een zeer degelijke plaat. Het is nu aan de band om te kijken of ze niet steeds hetzelfde kunstje herhalen. Daarvoor zullen we binnenkort de opvolger, An End Has a Start ook eens onder de loep leggen of de heren progressie hebben gemaakt. The Back Room misstaat overigens totaal niet in een (muziek)collectie van indie-bandjes. Daar zijn de afwisseling en de nummers van de plaat te goed voor.