The Posies – Frosting on the Beater

Wat als dié ene plaat een grote hit was geworden? Dat zou goed het geval kunnen zijn bij Frosting on the Beater van The Posies. ‘Wat als’ is altijd leuk om te speculeren, maar uiteindelijk levert het weinig tot niets op. Dit album is geen hit geworden omdat het uitgebracht onder omstandigheden die voor deze band niet ideaal waren. Voor Ken Stringfellow en Jon Auer maakt dat niet uit, want anno 2012 brengen zij nog steeds (goede) platen uit.

Dit album bevat een hoop (potentiele) singles. Dream all Day, Solar Sister, Flavor of the Month en Definite Door zijn min of meer de officiele singles, maar Love Letter Boxes en When Mute Tongues Can Speak hadden het in de jaren ’90 misschien wel gered als single. Vooral omdat ze iets donkerder van aard zijn en daar was in de grunge-tijd wel plaats voor.  Lights Out is een nummer wat goed als gimmick ingezet kan worden. Het heeft een rustige opbouw, maar later in het nummer gaat het helemaal los. Burn and Shine is een lang en voornamelijk op gitaar gebaseerd nummer. Het komt dan ook van Auer, die een uitstekende gitaarspeler is. Ken Stringfellow levert met Solar Sister en Love Letter Boxes twee fantastische nummers af. Solar Sister is een track die ontzettend goed in elkaar steekt evenals de tekst. Het album ontleent ook zijn titel aan het nummer. Van een track als Love Letter Boxes druipt de frustratie af, zeer waarschijnlijk gaat het over een relatie die op een vervelende manier beëindigd is. De afsluiter is Coming Right Along , welke ook in de richting van Burn and Shine  zit. Een donker nummer van Jon Auer, wat geheel in contrast staat met het vrolijke Dream all Day. 

Frosting on the Beater is een zeer gevarieerde plaat, het gaat van vrolijke, bijna poppy nummers naar de donkere dieptes van de zielen van Stringfellow en Auer. De variatie is enorm op dit album, het is raar dat dit slechts bekend is geworden onder muziekcritici. Met betere (?) promotie van het label hadden Dream all Day en Solar Sister toch bescheiden hitjes kunnen worden. Het mocht helaas niet zijn, maar een klassieker als Frosting on the Beater mag desondanks niet vergeten worden. Daarvoor is het album toch nét iets te goed.

Sweethead – Sweethead

Bron: synthesis.net

Het fundament van Sweethead is zangeres Serrina Sims, samen met Troy van Leeuwen (Queens of the Stone Age, Failure), Eddie Nappi (Mark Lanegan Band) en Norm Block (Mark Lanegan Band). Er is al eerder een interview met deze band verschenen op dit blog. Met het album Sweethead doen Sims en haar mannen een poging om de rockwereld weer wat meer kleur te geven. Het is dan ook niet de bedoeling dat deze band enkel een solo-project van Van Leeuwen wordt, er zijn serieuze plannen om te touren, ook al speelt de gitarist van bij Queens of the Stone Age.  Momenteel is de band bijna klaar met het tweede album, en ze gaan ook weer ‘on the road’.

De single van het album, The Great Disruptors is, -zoals dat vaak bij bands het geval is- het meest pakkende nummer van de plaat. Het is wel een nummer wat je goed als voorbeeld zou kunnen gebruiken. De band heeft echter meer te bieden. Er wordt bij We Turned Our Backs geschakeld naar een hogere versnelling, het nummer heeft een punkrandje. Dit komt vooral door de stuwende drums en de snelle gitaren. Bij P.I.G. gaat Serrina tekeer tegen alles wat fout en verkeerd is. De kwaadheid spat van dit nummer af! Het zijn niet alleen maar snelle en/of boze nummers op deze plaat, af en toe wordt er gas teruggenomen met tracks als Meet in the Road, The Last Evening en Amazing Vanishing Contest.

Sommige platen zijn echt gepolijst tot en met, dat valt van Sweethead niet te zeggen. De sound van de band klinkt echt rauw en valt niet echt binnen een hokje te plaatsen. Het zijn doorgaans stuk voor stuk goede nummers op deze plaat. Je hoort dat Van Leeuwen een uitmuntende gitarist is en Block en Nappi zijn ook fantastische muzikanten. Het lijkt alleen of de band nog een beetje zoekende is naar een geluid. Geen idee wat dat moet worden, maar er zijn genoeg (goede) wegen ingeslagen voor de volgende plaat. Sweethead is geen onverdienstelijke debuutplaat, de band beheerst alle facetten van rock ’n roll en het kan alleen nog maar beter worden.

Foo Fighters – Wasting Light

Bron: livexs.nl

Al jaren heb ik een haat/liefdeverhouding met Foo Fighters. De weegschaal neigt vooral naar de positieve kant, want het blijft een fantastische band, vooral live bewijzen de heren elke keer dat ze een geoliede machine zijn. Na het album One by One vind ik het muzikaal wat minder geworden. In your Honor en Echoes, Silence, Patience & Grace zijn de zwakkere broeders tussen de discografie van de Amerikanen. Er staan wel een aantal hoogtepuntjes op deze platen, maar over de gehele lijn is het niet vergelijkbaar met There is Nothing Left to Lose of The Colour and the Shape. De band groeide ondanks de mindere platen uit tot één van de grootste rockbands en kreeg het Wembley-stadion goed gevuld. Dat is best een understatement.

Wasting Light is het zevende album van Dave Grohl en zijn band en er wordt voor een compleet andere aanpak gekozen. Dit album is geheel analoog opgenomen, dat betekent dat er geen ruimte is voor foutjes of andere oneffenheden weg te werken met een programma als Pro-Tools. Vanaf het moment dat White Limo uit de speakers knalt, had ik een idee dat het met dit album wel goed zat. Het nummer doet weer denken aan het oudere werk van de band. Grohl durft weer uit te halen en te raggen. Voor Dear Rosemary schakelde de band Bob Mould in, Mould is bekend van 80’ies  punkband Husker Du. De invloeden van de Husker Du-zanger zijn goed merkbaar en maken het tot één van de betere nummers van het album. Rope  is een typisch Foo Fighters-nummer, al na de eerste noten hoor je dat je met deze band te doen hebt. Dat geldt ook voor These Days. Als ik het nummer als een typisch Foo Fighters-nummer omschrijf, hoeft dat niet per definitie slecht te zijn. Niet bij deze band.

Foo Fighters klinken weer geinspireerd op dit album, Grohl, Mendel, Smear, Hawkins en Shiflett laten met Wasting Light zien dat ze niet voor niets één van de grootste rockbands van het moment zijn. De aanpak om analoog te gaan, producer Butch Vig (bekend van Nirvana’s Nevermind) in te huren en het album opnemen in de garage (!) van Dave Grohl maken het een grote stap terug in de goede richting voor Foo Fighters.

TIP – de documentaire Back and Forth die samen met het album uitgebracht werd, is een echte aanrader. Het levensverhaal van Foo Fighters wordt in de film uit de doeken gedaan en het opnameproces van Wasting Light wordt weergegeven.

Mark Lanegan Band – Blues Funeral

Bron: losgrilloscollective.com

Mark Lanegan is een klassieke rouwdouwer. Hij staat bekend om zijn doorleefde stem en was lange tijd leadzanger bij Screaming Trees. De band was onderdeel van de ‘grunge’hype uit het Amerikaanse Seattle. Na het uiteenvallen van de ‘Trees’ is de man uit Ellensburg, Washington voornamelijk bezig geweest met solo-werk, maar hij schuwt de samenwerkingen totaal niet. Zo werkte hij samen met Queens of the Stone Age, Greg Dulli (Afghan Whigs) en Isobel Campbell (ex-Belle & Sebastian). Lanegan volgt met Blues Funeral zijn solo-album Bubblegum op, wat onderhand al weer uit 2004 komt.

Voor Blues Funeral werkte de zanger samen met muzikant Alain Johannes (Eleven, Chris Cornell en QOTSA). Deze man is een muzikale duizendpoot en is meer dan van toegevoegde waarde voor het album. Het nummer Ode to Sad Disco zet meteen al een opvallende richting neer. De track gaat de elektronische kant op, een vertrek van Lanegan in vergelijking met vorige albums. Het nummer is een eerbetoon aan Keli Holdversson’s Sad Disco. Het is een nummer wat mij in zeer positieve zin verbaasde. Mark Lanegan die de beats opzoekt, dat is een redelijk vertrek als grungezanger.  Lanegan maakt van Ode to Sad Disco een geheel nieuw nummer. Nooit gedacht dat zo’n zware stem goed met beats zou combineren. The Gravedigger’s Song werd als voorproefje uitgebracht. Het is een druk nummer met een drijvende (elektronische?) baslijn en verschillende geluidslagen van gitaren. Een andere track die de ‘beats’kant opzoekt is Harborview Hospital. Dit in tegenstelling tot Quiver Syndrome wat makkelijk (zonder elektronica) op het vorige album, Bubblegum had kunnen staan. Mark Lanegan heeft niet altijd de meest vrolijke teksten (veel gaat over dood, pijn, liefde en drank), maar dat past ook  niet echt bij zijn stem. “If tears were liquor, I’d have drunk myself sick” is een pareltje.

De samenwerking van Mark Lanegan met Alain Johannes is een waar schot in de roos.  Alle tracks klinken fris en de ‘beats’ storen of irriteren nergens. Dat is best een prestatie te noemen, want Lanegan heeft een hele zware en doordringende stem. Het meeste werk van de zanger is vrij zware muziek, maar Blues Funeral is ondanks de titel nog redelijk ‘vrolijk’ hier en daar. Ik denk dat dit album nog wel vaak gaat voorkomen in de eindejaarslijstjes van muziekcritici. Dat verdient dit album ook. Zeker als je nog nooit van Mark Lanegan gehoord hebt, is dit een goede kennismaking. Ogen dicht, koptelefoon op en een glas whisk(e)y on the side.