R.E.M. – Accelerate

R.E.M. stopte in 2011 met muziek maken. Helaas, want ik denk dat ze nog best veel aan de muziekwereld hadden kunnen toevoegen. Anderzijds is het een mooi gegeven dat de band de eer op een mooi moment aan zichzelf hield. Dit album dateert alweer uit 2008 en werd toen gezien als ‘comeback’ na het Around the Sun debacle. Die plaat werd erg slecht ontvangen door muziekcritici en de verkoopcijfers vielen enorm tegen. Ik vind het zelf geen slechte plaat, maar je kunt de nummers beter live zien dan de studioversies horen. Al met al vind ik Around the Sun te rustig. Nu verder over Accelerate. Het album werd met een goede (internet)marketingcampagne gelanceerd. Elke dag konden bezoekers van Ninetynights.com (nu offline) een stukje film zien wat met de opnames van het album te maken had. Best vernieuwend van de ‘oudjes’ van R.E.M.

Het tempo van het album is het eerste wat opvalt. Er is weinig tijd voor rustige nummers, en er is zeker geen tijd voor lange nummers. Opener Living Well is the best Revenge zet meteen de toon voor dit album. R.E.M. bewijst maar weer eens dat ze nog steeds een ruige kant hebben. Het begin van Hollow Man lijkt een voorbode voor een rustig, langdradig nummer. Schijn bedriegt! Na een halve minuut komen de gitaren van Peter Buck en Scott McCaughey tevoorschijn voor het nodige geweld. Er wordt met de nummers Until the Day is Done en Mr. Richards even gast teruggenomen, maar de luide gitaren blijven op de voorgrond. Een nummer als Sing for the Submarine springt er uit, omdat het een track is die totaal niet ‘des-R.E.M.’s’ is. Dat siert de band trouwens, want genoeg muzikanten blijven binnen de bekende paden en durven daar nooit buiten te gaan. De afsluiters Horse to Water en I’m gonna DJ zorgen voor een afscheid met de nodige herrie. I’m gonna DJ  is een beetje een vreemde eend in de bijt. Het nummer past eigenlijk helemaal niet op het album en is niet zo bijzonder, een niemendalletje eigenlijk. Toch maakt de productie (hard! en veel gitaar in de mix) het tot een dragelijk nummer.

Op sommige punten is de ‘terugkeer’ van R.E.M. een beetje geforceerd. Het is erg duidelijk dat de agressie terug moest met dit album. Daarom zijn sommige nummer misschien zelfs te kort. Op dat punt schiet de band zijn doel een beetje voorbij. De Amerikanen laten wel zien dat ze nog steeds goede nummers in petto hebben, ook al hadden veel mensen ze afgeschreven na het rustige Around the Sun. Dat was onterecht en dat blijkt duidelijk met Accelerate. 

Advertenties

Led Zeppelin – Presence

 

Bron: tradebit.com

Led Zeppelin wordt gezien als één van dé rockbands in de muziekgeschiedenis. Dat is deels terecht, maar ook deze briljante band heeft behoorlijk ‘leentjebuur’ gespeeld. Vooral bij (oudere) bluesnummers. Kijk hier voor meer informatie over Led Zep en plagiaat. Ondanks het ‘lenen’ blijft Led Zep een grote band. Robert Plant, Jimmy Page, John Paul Jones en John Bonham hebben hun sporen achter gelaten in de muziekwereld. Plant houdt zich de laatste jaren bezig met solowerk (bekijk Raising Sand, een samenwerking met Alison Krauss eens). Page is niet echt bezig met muziek en John Paul Jones heeft nog een puik werkje afgeleverd met Josh Homme en Dave Grohl. Drummer John Bonham is niet meer onder ons sinds 1980, maar wordt nog steeds gezien als één van de beste (rock)drummers. Ooit.

Presence bestaat uit zeven nummers.  Het nummer Achilles Last Stand is de opener. Zeer waarschijnlijk is de titel gebaseerd op een gebroken enkel die Robert Plant opliep na een auto-ongeluk. Het is één van de langere tracks van de band. De vaart zit er goed in bij dit nummer, Bonham en Jones zijn de drijvende kracht. Page ondersteunt het met subliem gitaarwerk.  Nobody’s Fault but Mine is een typische Page/Plant-track. De zanger volgt de gitaarriff van Page met z’n zang, zoals dat vaker het geval is bij nummers van Led Zeppelin (You Shook Me). Een apart nummer op het album is Candy Store Rock. Het is een kort en krachtig nummer, de band liet zich voor deze track inspireren door rock ’n rollnummers uit de jaren ’50.  Zoals wel vaker bij Led Zep, zijn drugs en seks thema’s die terugkomen in nummer. Dit gebeurt bij For Your Life.  Kijk maar eens goed naar de tekst van de track.

De band heeft hoogte- en dieptepunten gekend. Qua albums zou ik  Presence niet onder één van de betere albums van Led Zep rekenen. Dit komt vooral door ‘tussendoortjes’ zoals Royal New Orleans en Hots on for Nowhere. Dit zouden prima b-kanten zijn. Tea for One, Achilles Last Stand en Nobody’s Fault but Mine zorgen ervoor dat Presence tóch een voldoende krijgt. Deze nummers laten zien hoe goed Led Zeppelin was. Ondanks de mindere nummers/opvullers is het album absoluut een luisterbeurt waard.

Team Sleep – Team Sleep

Bron: lyricspond.com

Veel artiesten hebben naast hun bandje een soloproject. Meestal wordt dat alleen opgezocht door de die-hardliefhebbers van bands en raakt het in de vergetelheid. Dat komt vaak omdat niet alle projecten even goed zijn. Team Sleep wordt vooral gezien als hét soloproject van Deftoneszanger Chino Moreno. Samen met Dj Crook, Zach Hill, Rick Verrett en Todd Wilkinson startte hij deze band. De doelstelling is om meer ambient-gerelateerde muziek te maken, een beetje vergelijkbaar met het nummer Teenager op White Pony van Deftones. Dat is niet de enige beschrijving waar dit album aan voldoet,  dat zou deze gevarieerde plaat te kort doen.

Het eerste wat opvalt aan Team Sleep is de sfeer die gemaakt wordt op dit album. Of ja, in die zin is ‘de sfeer’ iets te algemeen, want op deze plaat gaat het alle kanten op. Een nummer als 11-11 is erg dromerig en heeft wat weg van Teenager op White Pony. Het (muzikaal) hardere Blvd Nights zorgt voor een beetje pit. Het nummer zou een goede soundtrack zijn voor een dronken nacht met veel gebeurtenissen. Al dan niet op/rond een boulevard.  Single ever zou een geschikt nummer zijn voor een kennismaking met deze band. Your Skull is Red zou niet misstaan op een Deftonesalbum. Op de track Tomb of Liegia is Chino Moreno niet te bekennen en geeft Mary Timony  acte de presence. Het nummer is gebaseerd op een kort verhaal van Edgar Allan Poe. Deze plaat gaat een hoop kanten uit, en dat maakt het juist zo leuk om te luisteren.

Het debuutalbum van Team Sleep is een koptelefoonplaat. Chino Moreno en zijn bende nemen je mee naar diepe dalen en grote hoogtes. Saai wordt het echter nooit, daarvoor is de sfeer te verschillend en de (geprogrammeerde) beats houden het ook fris. Je kunt alle kanten op met deze plaat, en op een vreemde manier past alles toch precies bij elkaar. Het is al weer ‘even’ geleden (2005) sinds deze plaat werd uitgebracht, maar schijnbaar is nieuw materiaal van Team Sleep onderweg. Dat wordt tijd, want het zou zonde zijn om het alleen bij dit (groei)briljantje te laten.

UITGELICHT –

Nieuw jaar, dus tijd voor andere dingen. Zo af en toe kom ik helaas niet altijd aan het bloggen toe. Te druk met dingen in het dagelijkse leven. Vooral het afstuderen belemmert mij om te schrijven. Zodoende zal ik zo nu en dan kiezen om een individueel nummer te recenseren in plaats van een compleet album. Genoeg nummers te vinden die de aandacht verdienen. Dat kan zijn omdat het nummer an sich briljant is, een goede anekdote heeft, bijzondere videoclip heeft of andere redenen.

Queen – Queen at the Beeb

Bron: Wikipedia.org

Er valt veel te zeggen én schrijven over Queen. Dat gaan we hier dus niet doen, of het moet in een wel hele  korte versie zijn. Queen at the Beeb is een live-album van de Britse band Queen. De band bestond uit Freddie Mercury (zang), Roger Taylor (drums en achtergrondzang), John Deacon (bassist) en Brian May (gitaar en achtergrondzang).  In de jaren zeventig en tachtig heeft de band verschillende goede albums afgeleverd. Praktisch elk jaar staat Bohemian Rhapsody aan de top van eindejaarslijsten. Helaas kennen vrij weinig mensen het pareltje Queen at the Beeb.

In 1989 werd deze plaat uitgebracht op vinyl en cd. Toch bleef de bekendheid achter bij het grote publiek. Dat is bijzonder jammer want dit is Queen op z’n puurst. Acht nummers lang genieten van de ‘oude’ Queen. Dat betekent complexe structuren van nummers en veel, heel veel afwisseling/tempowisselingen in de nummers. Een goed voorbeeld daarvan is Doin’ Alright. Het begint erg rustig en werkt naar een snel middenpunt met gitaar/bas/drums en gitaarsolo van Brian May. Daarna volgt een mooie harmonie van Mercury/May/Taylor en het nummer eindigt op een snelle manier met de volledige band. De thema’s die behandeld worden op dit album liggen vooral in de sprookjes/fictiesfeer. Met titels als Great King Rat, Orge Battle  en My Fairy King geeft Freddie Mercury een wel zeer duidelijke hint over wat komen gaat.  Een hoogtepunt van het album is het uitgestrekte Liar. Het bevat alles waar Queen voor staat, een band die muzikaal alle kanten op kan en zál gaan. Het nummer Son and Daughter laat de briljante kant van gitarist May zien, maar het had wat mij betreft iets korter gekund.

Het beste (live-)album van Queen wat nooit echt bekend geworden is. Dat is een bijzonder goede manier om deze plaat goed samen te vatten.  De hele band is in uitstekende vorm tijdens deze live-sessies. Af en toe is er nog plaats voor een geintje, en het heeft een zekere charme dat dat ook op plaat is vastgelegd. Er zijn twee van de acht nummers iets minder sterk (Son and Daughter + Modern Times Rock’nRoll) maar dat mag geen enkele muziekliefhebber ervan weerhouden om  deze plaat eens een luisterbeurt te geven. Zeker als je van Queen anno jaren 70 houdt.