Manu Chao – Radio Bemba Sound System

Bron: Wikipedia.org

José-Manuel Thomas Arthur Chao is beter bekend onder de naam Manu Chao, een sociaal bevlogen muzikant/activist. Het politieke gedoe wil ik op dit blog achterwege laten, het gaat hier enkel en alleen over de muziek. Radio Bemba Sound System is de titel van het eerste livealbum van Manu Chao, eerder had hij succes met Mano Negra. Chao is na het opbreken van de band solo verder gegaan. Deze stap is de zanger goed bevallen, want hij heeft met de band enkele hits gehad waaronder Bongo Bong, Me Gustas Tú en Politik Kills.

De muziek die Manu Chao en zijn liveband Radio Bemba Sound System maakt, hangt tussen de rock/ska/pop/reggae in. In vergelijking met de studioalbums is het allemaal wat sneller en ruwer. Een grote hit van Manu Chao zoals Bongo Bong wordt omgetoverd tot een snelle versie die bijna iets wegheeft van punk.  Veel nummers op dit livealbum kennen één (maar een heel goed) trucje. Eerst wordt er rustig en op een reggaetempo ingezet en verder naar het einde toe ontaardt het nummer in een snelle versie. Manu Chao en zijn begeleidingsband Radio Bemba Sound System komen er mee weg. Dit omdat de cd barst van de goede nummers. Machine Gun, Mr. Bobby, El Viento en Por El Suelo zijn stuk voor stuk fantastische tracks. Chao zingt een mengeling van Spaans, Engels, Portugees en Arabisch en dat is een welkome afwisseling.

Ondanks dat Manu Chao en band maar een bepaald trucje kunnen, beheersen zij dit ontzettend goed. De plaat heeft een hoop tempowisselingen en dat houdt het spannend voor de luisteraar. Dezelfde geluidjes komen ook over het gehele album terug. Dat zorgt er onder meer voor dat de houdbaarheid van de plaat ietwat afneemt. Je moet dit album niet te vaak horen, de aardigheid gaat er dan wel vanaf. Radio Bemba Sound System is een heerlijk livealbum onder de juiste omstandigheden. De vereisten zijn: lekker weer, goed eten/drinken en een hoop gezellige mensen. Als het kouder wordt, verliest de plaat zijn kracht wel een beetje. Toch kun je met een hoop fantasie een leuk feestje bouwen. In gedachten dan.

Deftones – Diamond Eyes

Deftones is altijd al een bijzondere band in het metal/rock genre geweest. Het album White Pony werd met een aantal grammy’s bekroond. Het succes van die plaat heeft de band nooit meer kunnen benaderen. Misschien is dit ook omdat de band een twijfelachtige livereputatie heeft. Alles staat of valt als zanger Chino Moreno: (a zijn dag niet heeft, (b te veel gedronken heeft, (c  te veel gebruikt heeft of (d al het bovenstaande. Het laatste album van Deftones, Diamond Eyes is opgenomen met huidige bassist Sergio Vega. De originele bassist van de band, Chi Cheng ligt tot op heden in een coma vanwege een verkeersongeval.

Een korte luisterbeurt van het album laat zien dat Deftones de hardere nummers nog niet vergeten zijn. De band klinkt een stuk frisser dan op Saturday Night Wrist en self-titled. Ondanks het (tijdelijke?) verlies van Cheng lijkt het weer alsof Deftones er zin in hebben. Het drieluik Diamond Eyens, Royal en CMND/CTRL zijn stevige openers die meteen de hardere roots van de band blootleggen. Moreno schreeuwt en zingt weer alsof zijn leven er vanaf hangt.  De zachte kant van de heren uit Sacramento, Californie wordt duidelijk met tracks als Beauty School en Sex Tape. Deze nummers zijn bijzonder en met veel gevoel gebracht. Er zijn genoeg bands die het hardere werk (beter) goed kunnen, maar Deftones onderscheidt zich juist door gebruik van andere stijlen en elektronica. Toch blijft het dan een typische Deftonestrack. Dat is niet iedere band gegeven.

Diamond Eyes  is een plaat waar duidelijk hoor- en merkbaar is dat de bandleden de neus allemaal dezelfde kant op hebben staan.  Er wordt goed afgewisseld tussen de hardere en rustigere nummers. Wat mij betreft mocht de band nét iets meer gas terug nemen, dat komt de tracks ten goede. Dit album is een goed teken dat Deftones op de weg terug zijn. Live mag het dan allemaal net wel/niet zijn, als het om studioalbums gaat, levert de band doorgaans altijd wel goede kwaliteit. White Pony wordt misschien niet meer geëvenaard, maar Deftones gaan toch wel hun eigen weg. De eigenzinnigheid van de band heeft daarom altijd mooi materiaal opgeleverd en Diamond Eyes is daar zeker geen uitzondering op.

 

Iggy Pop and the Stooges – Raw Power

Bron: Jeffeaston.com

Iggy Pop en zijn Stooges werden in de beginjaren verguist door het publiek, de cultstatus (én waardering!) kwam pas enkele jaren later. De punkscene was de eerste die de muziek van The Stooges kon waarderen. Raw Power is het album met gitarist James Williamson, de eerste gitarist Ron Asheton speelt basgitaar op deze plaat. Dit album werd geproduceerd door David Bowie. In 1997 werd het nog eens dunnetjes overgedaan door Iggy Pop, maar de remake haalt het volgens velen niet bij het origineel. Voor deze recensie gebruiken we ook het origineel van Bowie. Als ik de remaster van Iggy Pop kan vinden, zal ik wellicht eens een vergelijking doen. Wie weet..

Het gitaargeluid van deze plaat is het eerste wat in het oog springt. Williamson is van het rauwere gitaarwerk zonder al te veel verfijnde elementen. Dat is hoorbaar in Search and Destroy. Als er een track gekozen zou moeten worden van Raw Power, dan werd het Search and Destroy. Iggy gaat tekeer en de track staat bol van scheurende gitaren van Williamson. Penetration heeft een goede riff en een bijna bezeten Pop hijgt en kreunt door het hele nummer. Het lijkt op een ‘one man show’ van Iggy met Williamson en de gebroeders Asheton als ondersteunend achtergrondkoortje. Een nummer als Shake Appeal is rock ’n roll op de manier van The Stooges. Niet meer en niet minder.

Het is de hele plaat vol gas met Iggy en The Stooges. Rustig wordt het misschien alleen bij I need Somebody wat even voor een adempauze zorgt voor het (gitaar)geweld van de mannen. Misschien was Raw Power geen commercieel succes, maar de band heeft wel een goede basis gelegd voor de komende generaties. Zeker met klassiekers als Raw Power en Search and Destroy.

 

Kyuss – …And the Circus Leaves Town

Bron: album-art.net

And… The Circus Leaves Town was lange tijd het laatste album van Kyuss. De heren zijn op het moment min of meer weer terug (ex-bandlid Josh Homme doet niet mee) en touren onder de naam Kyuss Lives!. Begin van 2012 staat er een nieuw album van de heren in de planning. Dit album werd nog ‘gewoon’ gemaakt met Josh Homme, John Garcia, Scott Reeder en Alfredo Hernandez. Kyuss heeft in de eerdere jaren een aantal line-up wisselingen ondergaan. Mede-oprichter Brant Bjork deed op deze plaat niet meer mee, maar had een goede opvolger in Hernandez. Nick Oliveri (ex Queens of the Stone Age) speelde op de eerdere albums Wretch en Blues for the Red Sun nog wel mee, maar werd door wangedrag uit de band gezet. Scott Reeder is een meer dan capabele en zelfs betere vervanger van Oliveri.

Kyuss heeft een verschrikkelijk zwaar en hard geluid en dat komt op deze plaat dan ook volledig tot zijn recht.  Toch laat de band zien met een nummer als Phototropic dat ze wel degelijk een melodieus en ‘mooi’ nummer kunnen produceren. Er zit dan wel een stevig randje aan, maar dat is een kenmerk van de mannen uit de Amerikaanse woestijn van Palm Desert. Single One Inch Man had zelfs een videoclip en dat was een teken dat Kyuss langzaam maar zeker een grote band begon te worden. Het nummer is een ideale single en kennismaking voor het grote publiek met de band.  In vergelijking met de vorige albums, laat Kyuss met een track als El Rodeo zien dat ze meer dan alleen riffs kunnen spelen. Het baswerk is in verschillende nummers uitmuntend en dat is geheel aan Reeder te wijden. De cover Catamaran (Yawning Man) is één van de betere tracks van het album. Veel melodie met een rauw tintje. Kyuss maakt zich het nummer helemaal eigen, op dit moment wordt de track zelfs eerder met Kyuss geassocieerd dan met de originele band.

And… the Circus Leaves Town wordt nergens zo drammerig als Blues for the Red Sun of hypnotiserend als Welcome to Sky Valley maar heeft een geheel eigen geluid. Het is allemaal iets compacter en directer, er is minder tijd voor lange jams. Nu moet het gebeuren volgens Kyuss. Het is -ondanks wat de mannen van Kyuss Lives! nu doen-  een mooie manier om de muzikale loopbaan (afgezien van best of Muchas Gracias) af te sluiten. Dit was een waardig afscheid en het legendarische van Kyuss wordt op deze manier niet uitgemolken. Dit in tegenstelling wat Garcia, Oliveri en Bjork met Kyuss Lives! wél doen.

R.E.M. – Part Lies, Part Heart, Part Truth, Part Garbage 1982 – 2011

Bron: consequenceofsound.net

Zoals het de ‘grotere’ bands betaamt, heeft R.E.M. sinds kort in totaal vier (!) best of albums uitgebracht.  De Amerikanen hebben bij twee labels (IRS Records en Warner Brothers)  platen uitgebracht, en dat maakte de situatie wel eens lastig. R.E.M. hield het op 21 september 2011 voor gezien, en dat was de reden voor een nieuw verzamelalbum. Part Lies, Part Heart, Part Truth, Part Lies 1982 -2011 bestaat uit nummers van de gehele carrière van R.E.M. Mike Mills, Peter Buck, Michael Stipe en Bill Berry (bandlid tot 1996) hebben een ruime bijdrage geleverd aan de muziekgeschiedenis. Deze verzamelaar probeert in twee cd’s duidelijk te maken waarom R.E.M. best een bijzondere band was.

Volgens veel muziekcritici (die elkaar helaas ook vaak alleen maar napraten) heeft de band na 1996 niet zo veel spannends meer uitgebracht. Dat durf ik te betwisten. Ik denk dat de band verder is gegaan met zichzelf op elk album opnieuw uitvinden, en dat lang niet iedereen daar klaar voor was. Dat lang niet alles even goed was, is evident.

Cd 1 geeft een overzicht van de band tot en met pakweg 1992. Met nummers als Radio Free Europe, Sitting Still, Life and How to Life It en Begin the Begin wordt de plank nergens misgeslagen. R.E.M. was in de jaren 80 een topper in het alternatieve circuit tot eind jaren 80 en begin ’90 het grote succes lonkte. De grote hits vormen de afsluiting van cd 1 en het begin van cd 2. Losing My Religion, Everybody Hurts en Man on the Moon zijn de meest bekende tracks van de Amerikanen. Het valt op dat van de albums Up, Reveal en Around the Sun steeds maar één nummer gekozen is. Deze platen worden algemeen beschouwd als de mindere uit de catalogus van R.E.M. De tweede helft van het verzamelalbum is misschien iets minder commercieel succesvol, er staan toch pareltjes van nummers op de tweede kant van het best of. Muzikaal gaat de band verschillende kanten op, zo lijkt At My Most Beautiful wel op The Beach Boys  en Electrolite  blijft een bijzonder nummer. Als afsluiter heeft de band drie nieuwe nummers op het verzamelalbum gezet. A Month of Saturdays, We Go Back to Where We Belong en Hallelujah. Mills, Stipe, Buck en Berry hebben gekozen voor een verzameling van iets rustigere nummers als afsluiting van hun carrière. Ergens is dat jammer,  want de band heeft naast mooie rustige tracks ook een ruige kant. Deze zijde verdient het ook om nog wat extra aandacht te krijgen, maar het is de keuze van de band.

Part Lies, Part Heart, Part Truth, Part Garbage 1982 – 2011 is een aardig overzicht van de meeste singles van de band. Het laat zien dat de band muzikaal veelzijdig is en terug kan kijken op een bewogen loopbaan met ups en downs. Voor een niet-kenner van R.E.M. is dit een goede manier om kennis te maken met de heren uit Athens, Georgia.

Queens of the Stone Age – Queens of the Stone Age (re-release)

Bron: brooklynvegan.com

Queens of the Stone Age bestaat voornamelijk uit Joshua Homme, vanaf 1998 tot en met de dag vandaag is hij het enige constante bandlid. Anno 2011 zijn Troy van Leeuwen en Joey Castillo al bijna tien jaar verbonden aan Queens, dus de heren worden ook wel als permanent lid beschouwd. Bij eerste album van QOTSA maakte Homme nog geen gebruik van Castillo en Van Leeuwen en deed veel zelf. Het was één van zijn muzikale avonturen na Kyuss en daarna zouden nog vele albums en samenwerkingen volgen van de Amerikaan. Het album Queens of the Stone Age was bijna niet meer verkrijgbaar tegen redelijke prijzen (het is ondertussen een obscuur eBay-object), dus Homme besloot om zijn eerste album opnieuw uit te brengen.

De opener van deze plaat is Regular John en dat hakt er meteen goed in. Het nummer begint met een loeizware riff, maar het wordt nergens te hard. Dit komt door de zachte en subtiele zang van Josh Homme. In een track als If Only pakt het goed uit, de combinatie van Homme’s zachte stem en goede riffs. Neem ook de strakke drums, dragende basgitaar en de basis van Queens of the Stone Age is gelegd. In vergelijking met de originele versie zijn The Bronze, These aren’t the Droids you’re looking for en Spiders and Vinegaroons aan het album toegevoegd. Beste track van de nieuwe nummers is wel The Bronze. Het is een raadsel waarom deze track buiten de originele tracklist is gehouden, het misstaat zeker niet op het album. Nummers als Mexicola en How to Handle a Rope (a Lesson in the Lariat)  geven de visie van Joshua Homme precies weer. Het is wel eens ruig, maar tegelijkertijd ook dansbaar.

Het is vreemd dat dit debuut in 1998 nooit massaal is opgepikt door muziekcritici. Het doel van Homme was om een album te maken waar “iemand binnen drie seconden kon horen wat voor band het zou zijn”. Met deze opzet voor ogen is de Amerikaan daar redelijk goed in geslaagd.

Foo Fighters – The Colour and the Shape

Foo Fighters zijn op dit moment als band groter dan ooit. De band verkoopt Wembley met gemak twee keer uit. In 1997, toen het album ‘The Colour and the Shape’ uitkwam, was hier nog helemaal geen sprake van. Drummer William Goldsmith werd niet goed genoeg bevonden voor het album en frontman Dave Grohl speelde zelf de drums in. Goldsmith nam dit op als een belediging en vertrok. Taylor Hawkins verscheen en zo groeide de band langzaam maar zeker uit tot de grootheid die ze nu zijn.

Het eerste wat opvalt aan de toon van Foo Fighters is dat het allemaal nét even wat rauwer is dan de huidige, gepolijste nummers als ‘The Pretender’ en ‘Best of You’. The Colour and the Shape heeft een beetje een punkrandje en dat ontbreekt bij de huidige Foo Fighters. Een nummer als Enough Space zie je niet terug bij Foo Fighters anno 2011. Het breekbare Doll is de voorzichtige opener voor een album met hoogtepunten en wat (goed) uitgewerkt vulwerk van het vorige plaat. Het chaotische begin van My Poor Brain is een puike intro voor een ‘klein’ nummer wat makkelijk op het eerste album zou passen. Het ‘kleine’ valt wel mee, want Grohl maakt weer een rockend geheel van de track. De singles van dit album, Everlong, Monkeywrench, My Hero en Walking After You zijn meer dan bekend en al vaak genoeg besproken. Everlong is en blijft wel één van de nummers van Foo Fighters die met de band geassocieerd zullen worden. Terecht ook, want het nummer zit muzikaal en tekstueel briljant in elkaar.

Er zit een groot verschil tussen de ‘oude’ Foo Fighters en de huidige. Waar het eerst nog een rauw ‘hobby’bandje van Dave Grohl was, zijn Foo Fighters uitgegroeid tot één van de grootste acts op rock ’n roll gebied. Ik ben zelf meer liefhebber van het oudere werk, omdat ik de band iets te groot gegroeid vind. The Colour and the Shape is een mooi begin om kennis te maken met Foo Fighters. Zeker als je rock met een punkrandje kunt waarderen.