R.E.M. – New Adventures in Hi-Fi

Bron: albumoftheyear.org

Er zit muziek in mijn collectie die ik in eerste instantie helemaal niets vond. Later sloeg dit 180 graden om. In mijn geval is dat zo met R.E.M.’s New Adventure in Hi-Fi. Dit album heb ik gekocht en het is na korte tijd  -de eerste luisterbeurt-  in een vergeethoek beland. Meestal is het geen goed teken, maar het werd de redding van New Adventures in Hi-Fi. Na drie maanden in de vergeethoek besloot ik om deze plaat nog eens een kans te geven en dat pakte wél goed uit.

New Adventures in Hi-Fi (1996) is het laatste album waarop drummer Bill Berry meespeelt. Het feit dat Berry in 1996 de Amerikaanse groep liet voor wat het was, is ongeveer in 97% van de recensies van R.E.M. ten sprake gekomen. Omdat hij nog een bijdrage levert aan dit album hoeft dat gelukkig nu niet besproken te worden. R.E.M. is een groep die in de jaren tachtig veel lof kreeg omdat de band een bijzonder geluid had én zichzelf bleef vernieuwen. Misschien was R.E.M. wel twintig jaar geleden wat de Arctic Monkeys nu zijn. Michael Stipe, Peter Buck, Bill Berry en Mike Mills hebben met New Adventures in Hi-Fi een schoolvoorbeeld afgeleverd van hoe een perfect album zou moeten klinken. Dit album heeft alles, een goede en logische keuze van opbouw, een fantastisch geluid en genoeg variatie zonder zichzelf als band tekort te doen.

De opener How the West was won and where it got us begint traag en sleept voort zonder te vervelen. Het is een (voorzichtig) teken van alles wat komen gaat.  Daarna gaat het album los met The Wake-up Bomb en toont R.E.M. meteen dat ze ballen heeft als band.  De kracht van dit album is de enorme verscheidenheid tussen rustige pareltjes als New Test Leper  en hardere rockers zoals Departure. De nadruk van New Adventures ligt wel op de hogere versnelling, maar hier en daar wordt even op de rem getrapt. Tot een volledige stilstand komt het echter nooit en de ingelaste rustpauzes zoals Zither en Low Desert komen het album volledig ten goede.

Als het om platen gaat die compleet in balans zijn, scoort R.E.M. met New Adventures wel een top 10 plaats. Over de plaats van de nummers is nagedacht en er wordt vooral niet vergeten om met een knaller te eindigen. Dat doet de band met Electrolite, wat een bijzonder vreemd nummer is. Bijna een nummer wat totaal niet bij de band geassocieerd zou worden, maar de heren komen er goed vanaf. De laatste zin van Electrolite sluit dan ook waardig af met de zin I’m outta here. Dan luisteren we maar en doen dat dan ook….

R.E.M. – Leave (Live at Rock am Ring 2005)

Broken Glass Heroes – Grandchildren of the Revolution

Bron: bandcamp.com

Tim Vanhamel en Pascal Deweze vormen samen Broken Glass Heroes. De naam an sich zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar de muziek doet dat wél. Als je de hitserie Benidorm Bastards een beetje gevolgd hebt natuurlijk. Tim Vanhamel is bekend van Millionaire, DEUS en Eagles of Death Metal en Pascal Deweze heeft bij Sukilove en Metal Molly gespeeld. Met het album Grandchildren of the Revolution (knipoog naar een T-Rex nummer) zoeken ze de jaren zestig weer op. Onder meer omdat de band de soundtrack voor Benidorm Bastards verzorgt. Maar vooral omdat de band geniet om nummers met een jaren 60 beleving te componeren. Dat speelplezier straalt van de plaat af.

Openingsnummer Baby don’t Worry moet kijkers van de tv-serie wel bekend in de oren klinken. Het is ook één van de betere nummers op het album, de toon om terug te gaan naar de sixties is gezet! Niet alles van deze plaat is even zoetsappig. I don’t need a Woman roept herinneringen aan The Stooges op en invloeden van The Beatles zijn op Poor Little Rich Girl duidelijk hoorbaar. Het nummer I won’t be much Longer zoekt de countrykant op van de Belgische muzikanten en doet bij vlagen even denken aan ‘It’s all over now’ van the Rolling Stones. Het beste nummer van dit album is Let’s not fall apart en levert een weemoedige herinnering naar vroegere tijden op. De videoclip onderstreept dat alleen maar.

Grandchildren of the Revolution is een moderne plaat in een oud jasje zonder dat het geheel afgezaagd klinkt. Er zijn verschillende invloeden uit de sixties te herleiden op Grandchildren of the Revolution. The Fab Four, The Beach Boys en The Doors komen ook even om de hoek kijken. De invloeden roepen herinneringen op, maar geven niet het idee dat dit album een samenraapsel van gejat materiaal van andere bands is. Vanhamel en Deweze hebben de bands uit de jaren zestig als inspiratie gebruikt maar zijn wel hun eigen weg gegaan. Dat siert ze, en het is daarom afwachten of Broken Glass Heroes een eenmalig project is, of nog een serieus vervolg krijgt. Hopelijk wel.

Hier de fantastische clip van Let´s not fall apart

TIP – My Sleeping Karma

My Sleeping Karma Bron: progarchives.com

My Sleeping Karma is een band die wellicht het beste onder instrumentaal/psychedelic geschaard kan worden. Niet te verwarren met Karma To Burn, dat is weer van een andere orde. De band heeft betoverende melodieen en maakt gebruik van een zeer ‘clean’ gitaargeluid met Oosterse invloeden. Dat zegt mij eigenlijk niet zo heel veel, ik hoor een band die uitgestrekte nummers componeert en dat goed op een album weet te vertalen. My Sleeping Karma is een tip voor muziekliefhebbers die van fantastisch gecomponeerde muziek houden die vooral goed in het gehoor ligt. Misschien zullen sommigen de term stonerrock prefereren, maar ik vind dat evenals vele andere hokjes een loze term.

My Sleeping Karma heeft drie albums:

  • My Sleeping Karma – Self-Titled uit 2006, verscheen bij Elektrohasch
  • My Sleeping Karma – Satya uit 2008, eveneens uitgebracht bij Elektrohasch
  • My Sleeping Karma – Tri uit 2010, verscheen bij Elektrohasch
My Sleeping Karma is eigenlijk  meer een ‘luisterband’, maar wel eentje van een noemenswaardig niveau en klinkt  het lekkerst door een hoofdtelefoon. Heerlijk wegdromen met deze muziek.

The Posies – Blood/Candy

Bron: amazon.com

 

Ken Stringfellow en Jon Auer houden het al met al een jaar of 24 met elkaar uit. De line-up van de band heeft al een paar wisselingen gehad, maar sinds 2001 zijn drummer Darius Minwalla en bassist Matt Harris een stabiele factor. Blood/Candy is het zevende album van de band. The Posies komen uit grungestad Seattle en zijn nooit echt doorgebroken bij het grote publiek. Is dat erg? Wellicht, want de wereld verdient het eigenlijk wel om op grote schaal met twee goede zangers én songwriters kennis te maken. Anderzijds zijn de heren altijd wel bezig geweest met (goede) muziek maken en hebben daar nooit het grote publiek bij nodig gehad.

Het album ‘Frosting on the Beater’ was de grote kleine doorbraak van de band. Vooral bij muziekliefhebbers en critici die verder kijken dan de mainstream.  Ondertussen zijn we een aantal jaren verder en hebben de heren ook solo-werk uitgebracht. Toch werd in 2010 besloten (en tijd gevonden!) om een opvolger van het in 2005 uitgebrachte ‘Every Kind of Light’ te maken.

Blood/Candy is als album niet echt vergelijkbaar met eerder werk uit de catalogus van de band. Er zijn andere muzikanten aanwezig dan bij bevoorbeeld  ‘Amazing Disgrace’ uit 1996 maar de heren zijn ook ouder geworden. Dat werpt zijn vruchten af. Deze plaat is een gebalanceerde mix tussen steviger rockwerk en waanzinnig mooie nummers.  Jon Auer’s The Glitter Prize had niet misstaan op ‘Frosting on the Beater’ en Take Care of Yourself  laat de hardere kant van Stringfellow zien. De band klinkt ingetogener op Holiday Hours en het mooie Enewatak. Het nummer Cleopatra Street zit vernuftig in elkaar met verschillende tempo wisselingen en Licenses to Hide laat de prachtige stemmen van de heren in samenwerking met Lisa Lobsinger schijnen.

Dit is de tweede plaat met Matt Harris en Darius Minwalla en dat is ook merkbaar. Waar ‘Every Kind of Light’ nog klinkt als een band die zoekende is, hebben The Posies met Blood/Candy een duidelijke richting gevonden. Het prijst de band dat zij niet de bekende paden bewandeld hebben, maar met het album voor een nieuw, fris geluid hebben gekozen.

Even wat anders: Girl Crisis

Er verschijnen heel wat covers op Youtube. Heel veel, echt heel veel slechte. Deze niet. Dit is een pareltje muzikaal gezien en het filmwerk voegt ook wat toe aan de muziek, het (schijnbaar) amateuristische filmpje zorgt voor een huiskamersfeer/gevoel.

Girl Crisis met hun versie van The Sign (Ace of Base)

Het origineel van Ace of Base:

De dames van Girl Crisis hebben meerdere covers uitgebracht op hun Youtube-kanaal

Tip – The Dough Rollers

De eerste keer dat ik (live) in aanraking kwam met The Dough Rollers was tijdens het concert van Queens of the Stone Age in de Oosterpoort, Groningen. Ik had al enkele youtube-filmpjes van de heren gezien, maar echt onder de indruk was ik niet. Totdat ik de heren in het voorprogramma van QOTSA zag.

Een klein voorproefje hieronder:

De heren Malcolm C. Ford (jawel, zoon ván Harrison Ford) en Jack Byrne (ook een zoon van, Gabriel Byrne) willen het liefst oude blues (denk aan Robert Johnson) tot leven laten komen. Er wordt ook een vleugje gemengd met country en folk. Dat lukt vrij aardig door de bijzondere manier waarop Ford zingt en dat met intense gezichtsuitdrukkingen ondersteunt. Er is voorlopig nog geen wereldwijd verschenen album van deze heren, enkel een album wat ze zelf uitgebracht hebben. In de ‘donkere’ krochten van het web is wel een torrent te vinden van de heren. Deze muziek verdient het om bekender te worden, al was het maar om mensen kennis met Robert Johnson en andere groten te laten maken.

Na de tour met Queens is het vrij stil rond de heren Ford en Byrne. Ze hebben een twitteraccount en een MySpace pagina. Voorlopig wordt het afwachten wat deze heren nog zullen uitbrengen. Ondertussen nog even genieten van de filmpjes die wél verschenen zijn. Er zijn genoeg filmpjes vindbaar ten tijde van de Queens-tour, waar de heren toch meer voor de rockabilly-kant kiezen. Het is wat vlotter dan de bovenstaande filmpjes, maar de heren Dough Rollers laten zien dat ze die kant van het muziekspectrum ook goed beheersen.

 

Boots Electric – Boots Electric Theme

Het nieuwe solo-album van Jesse ‘Boots Electric’ Hughes verschijnt deze maand.  De titel is ‘Honkey Kong’. Jesse Hughes is vooral bekend als de zanger van Eagles of Death Metal, een project met Queens of the Stone Age zanger Josh Homme. De band werd eerst voornamelijk als grap gezien door muziekliefhebbers, maar vanaf het album ‘Death by Sexy’ staat er toch steeds een fantastische live-band op het podium. Muzikanten die bekend zijn in de Amerikaanse Palm Desert Scene zoals Brian O’Connor en Gene Trautmann (oud-drummer van QOTSA) hebben met de Eagles of Death Metal gespeeld. In september verschijnt het eerste solo-album van Hughes. Hij heeft alvast een voorproefje online gezet.

‘Boots Electric Theme’ is de eerste kennismaking met de nieuwe stijl die Jesse op ons loslaat. Het is een vertrek van het geluid dat hij samen met Josh Homme heeft bij Eagles of Death Metal.  Minder rock en meer elektro. De dansbaarheid blijft wel weer het ijkpunt bij Boots Electric. Het ‘Theme’ benaderd meer de electronische kant van de besnorde Amerikaan.   De gastvocalen worden geleverd door Brody Dalle, ook wel bekend van The Distillers en tevens echtgenote van Josh Homme.  Het nummer klinkt voornamelijk als een geil, klagerig duet tussen Hughes en Dalle ondersteunt door synths, gitaar en drums.

Als dit een voorproefje van ‘Honkey Kong’ is, belooft het niet veel goeds. Bij Eagles of Death Metal kan Hughes nog terugvallen op z’n maatje Homme, maar dit is muzikaal gezien erg dun en het nummer als geheel blijft niet hangen. Jesse Hughes is uitstekend als zanger en middelpunt van zijn band, maar hier heeft de muziek de macht. Boots Electricee staat niet boven het nummer en voegt ook niets bijzonders toe. Dit klinkt meer als een experiment wat beter een b-kant had kunnen blijven. Boots Electric Theme  is wél een uitstekend nummer voor op de dansvloer in een zwoele, donkere nachtclub in downtown Los Angeles.